Medische Encyclopedie
Inhoud
- Wat is paniekstoornis?
- Wat kan ik zelf doen?
- Wat kan de apotheker voor mij doen?
- In welke gevallen kan ik beter naar de huisarts gaan?
- Welke medicijnen worden gebruikt bij
Paniekstoornis
Wat is paniekstoornis?
Bij een paniekstoornis heb je paniekaanvallen. En daarbij ook 1 van deze klachten of beide:
- Je bent steeds bang om weer een paniekaanval te krijgen. Of je bent bang voor wat er door de paniekaanval gebeurt. Bijvoorbeeld de controle verliezen.
- Je gaat je gedrag aanpassen. Je probeert om niet in situaties te komen waarin je een paniekaanval zou kunnen krijgen.
Misschien durf je bijvoorbeeld niet meer in een bus of trein. En niet naar een winkel, restaurant, drukke straat of iets anders buiten. Dan heb je ook pleinvrees.
Een paniekstoornis komt meestal door deze dingen samen:
- je DNA
Het DNA in je cellen geeft dan een grotere kans op een paniekstoornis. In sommige families hebben daardoor meer mensen angstproblemen dan in andere. - je karakter
Als je bijvoorbeeld heel verlegen bent of heel gevoelig voor stress, krijg je sneller last van een paniekstoornis. - een storing in bepaalde delen van je hersenen
Deze delen regelen geluk, stress en angst in je lichaam. Dat gebeurt met hormonen, zoals serotonine, adrenaline en dopamine. - hoe je bent opgevoed en wat je hebt meegemaakt
Een paniekstoornis kan soms beginnen in een heftige tijd in je leven. Bijvoorbeeld na de dood van een vriend of familielid. Of bij grote veranderingen in je leven, zoals een kind krijgen of je werk of huis kwijtraken.
Sommige andere ziektes maken de kans op een paniekstoornis groter. Bijvoorbeeld:
- een andere psychische ziekte, zoals een depressie of verslaving
- een lichamelijke ziekte die niet meer overgaat, zoals een longziekte of zenuwziekte
Hier zie je de cirkel van angst. Die laat zien hoe te veel angst ontstaat en steeds erger kan worden.

- Start: iets wat jou bang maakt: een gebeurtenis, situatie, iets voelen in je lichaam.
- Gedachten: je denkt dat er iets ergs gaat gebeuren. Bijvoorbeeld:
Dit is niet goed.
Ik kan dit niet.
Het gaat vast verkeerd.
Ze vinden me raar.
Mijn kind krijgt een ongeluk.
Ik raak mijn werk kwijt.
Straks doe ik alles fout. - Gevoel: angst
Je voelt angst. Je kunt daar lichamelijk klachten bij hebben, zoals trillen en het warm krijgen. - Gedrag: je doet iets niet
Je doet iets niet, je ontwijkt bepaalde dingen.
Of je doet iets om je veiliger te voelen. Zoals dingen controleren. Of geruststelling vragen aan andere mensen. Of je gaat veel nadenken (piekeren). - Gevolg: even minder angst, maar later meer en vaker angst
Als je iets niet doet, is je angst even minder. Het is dus heel begrijpelijk dat je dingen ontwijkt of dingen doet om je veiliger te voelen. Maar deze manieren werken kort. Je leert niet met de angst om te gaan.
Als er weer iets gebeurt wat jou angstig maakt, kom je weer bij Start in de cirkel van angst.
De angst kan groter worden. Je kunt er in meer situaties last van krijgen. En meer situaties gaan ontwijken. Zo krijgt de angst steeds meer invloed op je leven. Je durft steeds minder en je wereld wordt steeds kleiner.

Er zijn een paar manieren om uit de cirkel van angst te komen:
- Doe wel wat je angstig maakt
Bedenk wat je niet doet omdat je bang bent. Welke situaties ontwijk je? En wat doe je als ontwijken niet kan?
Ga juist wel doen wat je spannend vindt. Zo kun je de angst ervaren. Je merkt dat de erge dingen waar je bang voor was, niet gebeuren. En dat je de angst aankan.
Je moet de angst dus meemaken om te merken dat waar je bang voor bent niet gebeurt. - Gebruik gedachten die jou helpen
Wat zijn je angstige verwachtingen? Kloppen ze wel? Hoe groot is de kans dat ze waar zijn?
Probeer de gedachte minder belangrijk te maken: het is maar een gedachte.
Bedenk gedachten die je kunnen helpen. Gebruik die in moeilijke situaties. - Verdraag de spanning
Doe je iets wat angst geeft? Verdraag de spanning die je voelt. Zo kun je toch doen wat je graag wilt, ook al ben je bang.
Soms helpt het om even op iets anders te letten of iets te doen. Dan ben je minder bezig met de angst.
Het is dus belangrijk dat je situaties waarin je bang bent, toch opzoekt. Je kunt tegen jezelf zeggen: ‘Ik ben bang en ik doe het.’ Je merkt dat de rampen waar je bang voor bent, niet gebeuren.
Hoe vaker je hiermee oefent, hoe minder je angst uiteindelijk wordt.
In het begin kan de angst tijdelijk erger worden. En je kunt je moe voelen. Angst ervaren kost veel energie.
Na een tijd leer je steeds beter met de angst omgaan. Je angst wordt minder. En je bent ook minder moe.
Wat kan ik zelf doen?
Erover pratenVertel iemand die je vertrouwt over je gedachten en gevoel. Bijvoorbeeld een vriend, leraar of collega.
Stress minder makenProbeer stress minder te maken. En zorg dat je goed slaapt, genoeg beweegt en ontspant.
De kans op een paniekaanval is groter als je veel stress hebt en moe bent.
Probeer je studie of werk te blijven doen.
Komen je klachten door je werk? Of kun je je werk niet goed meer doen door de angsten? Praat met je werkgever of de bedrijfsarts.
Misschien drink je vaak alcohol om de angst minder te voelen. Of je gebruikt kalmerings-pillen of drugs.
Een middel helpt even: je voelt even minder angst. Maar langzaam worden je angsten er juist steeds erger van.
Je kunt er beter mee stoppen. Vraag daar hulp bij. Kijk bij:
- stoppen met alcohol of minder drinken
- stoppen met kalmerings-pillen
- stoppen met drugs of minder gebruiken
Ben je gestopt? Dan is je paniekstoornis soms ook weg. Of je klachten zijn minder.
Bij de drogist zijn kruiden-middelen te koop. Zoals passiflora, valeriaan, sint-janskruid (hypericum), 5-HTP en cannabis-olie (CBD-olie).
Die middelen hebben risico’s: er is vaak niet of niet goed onderzocht of ze werken.
Ook is het meestal niet bekend wat er precies in zit. En of ze veilig zijn.
Sommige middelen geven extra risico’s als je ook bepaalde medicijnen slikt. Slik de kruiden-middelen daarom niet.
Wat kan de apotheker voor mij doen?
Uw apotheker zorgt ervoor dat u uw medicijnen goed en veilig kunt gebruiken. Het maakt niet uit of u een medicijn korte tijd of langdurig nodig heeft.
- Receptcontrole
De apotheker controleert elk recept. Bijvoorbeeld: is het juiste medicijn voorgeschreven en meegegeven, is de dosering goed, kan het medicijn samen met andere medicijnen die u gebruikt. Als het nodig is, overlegt uw apotheker met uw huisarts of specialist.
- Overzicht van uw medicijnen
Uw apotheker houdt bij welke medicijnen u gebruikt. U kunt in de apotheek altijd om een overzicht van uw medicijnen vragen. Dit kunt u bijvoorbeeld meenemen als u uw specialist bezoekt, in het ziekenhuis wordt opgenomen of naar het buitenland gaat.
- Delen van informatie over uw medicijnen met andere zorgverleners
Uw apotheker, huisarts en het ziekenhuis kunnen informatie over uw medicijnen met elkaar delen als dat nodig is voor uw behandeling. Dit mag alleen als U daar toestemming voor geeft.
- Begeleiding bij nieuwe geneesmiddelen
Krijgt u een medicijn dat u in de afgelopen 12 maanden niet hebt gebruikt? Dan krijgt u extra uitleg over deze medicijnen.
- Ondersteuning als u uw medicijnen weleens vergeet in te nemen
De apotheker heeft daar hulpmiddelen voor. Als uw zorgverzekeraar toestemming geeft, kan uw apotheker uw medicijnen per dag en per tijdstip van inname in aparte zakjes voor u laten verpakken.
- Persoonlijk gesprek over uw medicijnen
Heeft u vragen over uw medicijnen, of problemen met het gebruik? Bijvoorbeeld moeite met slikken van medicijnen, openmaken van de verpakking, of last van een vervelende bijwerking? Vraag uw apotheker om een persoonlijk gesprek. Hij kijkt dan samen met u welke mogelijkheden er zijn om uw probleem te verhelpen.
- Medicatiebeoordeling
Uw apotheker en huisarts kunnen u uitnodigen voor een gesprek over uw medicijnen. Dit is mogelijk bij patiënten ouder dan 65 jaar die langdurig meer dan 5 medicijnen gebruiken. Samen met u bespreken ze of er verbetering mogelijk is. Als u bijvoorbeeld last hebt van bijwerkingen van een medicijn kan het soms vervangen worden door een ander medicijn.
- Zelfzorg
Bij de apotheek kunt u terecht voor advies over medicijnen die u zonder recept (= zelfzorgmedicijnen) kunt kopen, voor verbandmiddelen en cosmetica. De apotheek kan zelfzorgmedicijnen voor u opnemen in uw medicatiedossier. Dan kan de apotheker controleren of u ze veilig samen met uw receptmedicijnen kunt gebruiken.
- Bezorgservice
Bent u moeilijk ter been? Informeer bij uw apotheek of zij uw medicijnen bij u thuis kunnen bezorgen.
In welke gevallen kan ik beter naar de huisarts gaan?
Maak een afspraak met je huisarts in 1 of meer van deze situaties:
- Je paniekstoornis verandert je leven. Je doet dingen niet meer en je wilt hier behandeling voor.
- Je krijgt een behandeling, maar de angst wordt heftiger.
- Je hebt steeds vaker gedachten over zelfmoord.
Heb je nu hulp nodig? Kijk bij denken aan zelfmoord. - Je slikt medicijnen tegen angst en hebt veel last van bijwerkingen.
- Je slikt medicijnen tegen angst en wilt daarmee stoppen.
- Je drinkt te veel alcohol, gebruikt drugs of slikt kalmerings-pillen.
Welke medicijnen worden gebruikt bij
Tricyclische antidepressiva
Tricyclische antidepressiva regelen in de hersenen de hoeveelheid serotonine en noradrenaline, twee van nature voorkomende stoffen die een rol spelen bij stemming en emoties. Hierdoor verbetert de stemming en vermindert de angst. Hierdoor vermindert de kans op een paniekaanval. Voorbeeld is clomipramine.
SSRI antidepressiva
Serotonineheropnameremmers, ook wel SSRI`s genoemd, regelen in de hersenen de hoeveelheid serotonine, een van nature voorkomende stof die een rol speelt bij stemming en emoties. SSRI`s verbeteren de stemmingen en verminderen de angst. Hierdoor vermindert de kans op een paniekaanval. Voorbeelden zijn fluoxetine, fluvoxamine, paroxetine en sertraline.
Benzodiazepinen
Benzodiazepinen werken rustgevend, spierontspannend en verminderen angstgevoelens. Hierdoor vermindert een paniekaanval. Voorbeelden zijn alprazolam, clonazepam, diazepam en lorazepam.
Venlafaxine
Venlafaxine regelt in de hersenen hoeveelheid serotonine, een van nature voorkomende stof die een rol speelt bij stemming en emoties. Het vermindert algemene angstgevoelens en gespannenheid. Hierdoor verminderen ook de lichamelijke klachten, zoals hartkloppingen, buikpijn, trillen en zweten, die vaak met een paniekaanval gepaard gaan.
MAO-remmers
MAO-remmers regelen in de hersenen de hoeveelheid serotonine en norepinefrine, twee van nature voorkomende stoffen die een rol spelen bij stemmingen en emoties. Hierdoor neemt de paniek af. Voorbeeld is fenelzine.